Over deze vraag heeft de Hoge Raad op 5 november 2021 arrest gewezen.  Het ging om de vordering van een saunaclub tot herstel van de bankrelatie (bankrekening en storten contant geld) na opzegging door de ING wegens o.m. witwasrisico. Bij de beoordeling speelden de contractsvrijheid, de maatschappelijke positie van banken, het belang van een bankrekening in het maatschappelijk verkeer en de belangen van partijen een rol.

Op banken kan op grond van hun maatschappelijke positie ook ten aanzien van niet-consumenten de verplichting kan rusten een betaalrekening aan te bieden. Daarbij weegt zwaar dat het zonder betaalrekening vrijwel onmogelijk is om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en om een bedrijf te exploiteren. Het Hof heeft volgens de HR niet miskend dat banken een gerechtvaardigd belang kunnen hebben om cliënten te weigeren vanwege toezichtrechtelijke eisen of integriteitsrisico’s, en dat dit belang eraan in de weg kan staan een bank te verplichten een betaalrekening aan te bieden. Het hof heeft het belang van ING in dit opzicht onderzocht en afgewogen tegen het belang van Yin Yang c.s. Het is tot de conclusie gekomen dat tussen deze belangen onevenredigheid bestaat, en dat het belang van ING in de omstandigheden van dit geval niet in de weg staat aan een verplichting tot het aanbieden van een betaalrekening ,maar wel aan een verplichting tot het faciliteren van het storten van contant geld.

Bel
Route