O2 en Hutchinson 3G (‘H3G’) zijn concurrenten op het gebied van mobiele telefoondiensten. O2 gebruikt op verschillende wijzen beelden van bubbels om haar diensten te promoten. Zij heeft dit als merken vastgelegd; de zogeheten bubbelmerken.

In een Engelse televisiespot vergeleek H3G de prijs van haar diensten met die van O2. Deze reclame begon met het tonen van de naam ‘O2’ en van beelden van bewegende bubbels, waarna de merken van H3G werden getoond met de boodschap dat de diensten van H3G in een bepaald opzicht goedkoper zijn. O2 begon een procedure tegen H3G, op grond van inbreuk op O2’s bubbelmerken. Dit leidde in 2008 tot een arrest van het Hof van Justitie.

In het kader hiervan gaf zij toe dat de prijzen in de reclame correct werden vergeleken, en dat de reclame niet misleidend was. Deze vordering werd afgewezen.

Het is eigenlijk heel simpel: gebruik van het merk van een concurrent in een vergelijkende reclame is toegestaan zolang (i) die reclame niet misleidend is en (ii) de reclame het publiek niet verward in die zin dat het een connectie tussen de twee bedrijven zou veronderstellen. Als de vergelijkende reclame hieraan voldoet, kan de merkhouder geen beroep meer doen op zijn merkrecht.

De conclusie van het arrest van het Hof is dat het gebruik van het merk van een concurrent in vergelijkende reclame is toegestaan, tenzij er sprake is van verwarringsgevaar. Omdat het publiek bij een goede vergelijkende reclame niet snel zal denken dat de betrokken waren of diensten van dezelfde onderneming afkomstig zijn, zal er niet snel sprake zijn van verwarringsgevaar. De boodschap van het Hof van Justitie met dit arrest is duidelijk: vanaf nu grotere mogelijkheden voor vergelijkende reclame!

Vragen?  Neem contact op met Annelies ten Hove: ath@tenhoveadvocatuur.com

Bel
Route